Oogt het ritme regelmatig? En als het op het eerste gezicht onregelmatig oogt, is er dan toch een patroon? Bijvoorbeeld: Lang interval – Kort RR-interval – Lang RR-interval – Kort RR interval.
Regelmatig ritme past bij: sinusritme, boezemflutter met stabiele AV-geleiding (bijv. 2:1 of 3:1), atriaal ritme, junctioneel ritme, ventriculair escape ritme, allerlei soorten re-entry (AV nodale re-entry, AV re-entry)
Onregelmatig ritme met hierin een patroon past onder meer bij tweedegraads AV-block
Volledig onregelmatig ritme wordt het vaakst gezien bij boezemfibrilleren. Een onregelmatig ritme kan ook passen bij atriumflutter met wisselende AV-geleiding.
Beoordeel de frequentie door het aantal grote vakjes tussen twee R-toppen te tellen. Elk groot vakje is 0.2 seconden, dat is dus één driehonderdste (1/300) van een minuut.
Gecorrigeerde QT-tijd (QTc) kun je berekenen door de gemeten QT-tijd te delen door het kwadraat van je RR-interval in seconden. Je kunt ook kijken of het einde van je T-top valt vóór de helft van het RR-interval; dan is je QTc waarschijnlijk normaal.
3. Hartas
Normaal -30 tot + 90 graden.
Methode 1 (inzichtelijker): kijk welke ledemaatafleiding isoelectrisch is (even positief als negatief), de hartas staat loodrecht hierop.
Methode 2 (eenvoudiger): de hartas is intermediair als aan één van de volgende twee voorwaarden is voldaan:
Ofwel het QRS-complex is netto positief in I én aVF (dan is je hartas tussen de 0 en 90 graden)
Ofwel het QRS-complex is netto positief in I en II, netto negatief in aVF (dan is je hartas tussen de -30 en 60 graden)
4. Pathologische Q-golven
Als Q-golf > 1/3e van amplitude R-top heeft of als die meer dan een paar millimeter diep is, kan die pathologisch zijn. De specificiteit voor pathologie neemt toe als méérdere Q-golven in één gebied van het hart (bijv. onderwand of lateraal) pathologisch zijn. Grotere Q’s in III en aVR zijn normaal.
5. R-topprogressie
Normale transitie R > S in V3 of V4.
6. ST-segmenten
Deviatie hoeft niet per se te komen door ischemie, overleg bij twijfel altijd met een ervaren arts. Schenk ook aandacht aan aVR, een ST-segmentelevatie in aVR kan een ‘gespiegelde’ ST-segmentdepressie in het gehele myocard vertegenwoordigen (panischemie, bijvoorbeeld bij drievatslijden, een diepe anemie of een tachycardie).
7. T-toppen
T-topinversies zijn normaal in V1, III en aVR. Zie je elders T-topinversies, dan hoeft dit niet alleen door ischemie te komen; gestoorde repolarisatie kan ook komen door gestoorde depolarisatie, bijvoorbeeld bij geleidingsstoornissen (linkerbundeltakblok) of flinke tachycardie.
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these cookies, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may have an effect on your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.
Login
Accessing this geneeskundevragen requires a login, please enter your credentials below!